• Officiële website

  • Martijn Adelmund (Bennekom, 1977) schrijft poëzie en verbeeldingsliteratuur. Hij debuteerde tijdens zijn studie Taal- en Cultuurwetenschap in 1998 in verhalenkrant Fluisterend. Zijn boeken verschenen vanaf 2005 bij Uitgeverij A.W. Bruna. Aanvankelijk waren het non-fictie-boeken en verhalenbundels voor volwassenen. Het bekendst uit die tijd was de reeks Mysteries in Nederland

  • Vanaf 2010 schrijft hij romans voor jongvolwassenen, waarin magische werelden een rol spelen, respectievelijk De Toverlantaarn (De Boekerij, 2011) en Heksenwaan Heksenkind (Luitingh-Sijthoff, 2014 - samen met Iris Compiet). Met de heksenboeken won hij twee jaar achtereen de Hebban-publieksprijs voor beste fantasyboek van Nederland. In 2016 kwam hij veel in de media met zijn zombie-bewerking van de Max Havelaar (Max Havelaar met zombies).

    Martijn is stadsdichter van Wageningen. Hij begeleidt andere schrijvers en treedt regelmatig op. Daarbij werkt hij graag samen met andere kunstenaars. Terugkerende thema's in zijn werk zijn de grens tussen feit en fictie, het landschap, de kindertijd en de Tweede Wereldoorlog.

    Inspiratiebronnen 
    In 2015 legde de kunstenaar Robbert Kamphuis samen met de schrijver vast waar Martijn zijn literaire wortels heeft en waar dat in zijn eigen werk tot uiting komt. Het resultaat is de "Schrijvershartenboom" (zie rechts). 
    Martijn schreef daarbij de uitgebreide toelichting, waar het onderstaande een fragment van is:

    "Helemaal onderaan, als diepste wortel, staat de beroemde uitspraak van Harry Mulisch (“Ik ben de Tweede Wereldoorlog”). Die zin heeft me altijd gefascineerd. Altijd had ik een hekel aan die periode in onze geschiedenis, maar als ik naar mijn boeken en gedichten kijk, zie ik dat ik door mijn woonplaats en mijn Duits-Nederlandse familie ook ik een beetje de oorlog ben. Het herinnert me er aan dat je de thema’s in je werk niet voor het kiezen hebt.

  • Dromen als thema
    Het gedicht dat ik in opdracht van het Comité 4/5 mocht schrijven voor 70 jaar bevrijding was getiteld 'De dromers'. Het thema van de droom koos ik omdat het afstand schept van de bittere werkelijkheid die de oorlog is en meteen ruimte laat voor het fantastische, waar ik me prettig bij voel. Het “voor de laatste keer” met een boot vertrekken in dit citaat, verwijst onder meer naar de lokale orale traditie zoals opgetekend door Jac. Gazenbeek - dat een overtocht over de Rijn zou leiden naar het hiernamaals.

  • De dromers van toen; vertrekken voor de laatste keer; met de boot naar nimmermeer en nemen zorgen met zich mee.

    (De dromers, 70 jaar bevrijding)

  • Spelen met ruimte en tijd
    Die boot over de Rijn naar het hiernamaals is ook de inspiratiebron geweest voor het spookverhaal De Toverlantaarn, dat zich afspeelt in een fictieve variant van Wageningen: Elzenveer.
    De Toverlantaarn was mijn eerste roman, en hoewel het wel gezien werd als een kinderboek behandel ik er heel volwassen thema's in. Je ziet er ook in terug hoe ik geboeid ben door de manier waarop onze werkelijkheid in elkaar steekt.

    Een schrijver die me zeer inspireert houdt zich daar ook mee bezig: J.L. Borges. In zijn bekende verhaal De Aleph heeft hij het over “een punt in de ruimte waarin alle punten samenkomen”. Dat is in De Toverlantaarn mijn omschrijving van De Wolfswaard, waar het verhaal zich afspeelt. Dit spelen met ruimte en tijd komt in veel van mijn boeken en gedichten terug."